Met de Triton en Iris naar Nieuw-Guinea

Op zaterdag 25 augustus 2018 wordt deel 117 in de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging voorgesteld: "Met de Triton en Iris naar Nieuw-Guinea - De reisverhalen van Justin Modera en Arnoldus Johannes van Delden uit 1828", bezorgd door W.F.J. Mörzer Bruyns.

In april 1828 vertrokken Z.M. korvet Triton en Z.M. koloniale schoener Iris van Ambon naar Nieuw-Guinea om een westelijk gedeelte van dat eiland bij proclamatie voor Nederland in bezit te nemen en er een militaire nederzetting te vestigen.
De marineofficieren verrichtten er hydrografische opnamen voor zeekaarten teneinde de Nieuw-Guineese wateren voor scheepvaart te ontsluiten. Meevarende leden van de ‘Natuurkundige commissie voor Nederlands-Indië’ onderzochten de planten – en dierenwereld van het onder Europeanen nagenoeg onbekende eiland.

Met de Triton en de Iris naar Nieuw-Guinea

De reis, in opdracht van de gouverneur van de Molukken, was ingegeven door de angst dat Engelsen zich vanuit Australië op het door nog geen enkele koloniale macht geclaimde Nieuw-Guinea zouden vestigen. Van Engelse activiteit was geen spoor te bekennen en Fort Du Bus, zoals de nederzetting werd genoemd, kende een kort bestaan. Het voor Europeanen fnuikende klimaat, aanvallen door Molukse en Papoease zeerovers en een vrijwel doorlopend gebrek aan voedsel, kostte talloze levens waardoor het fort in 1836 moest worden verlaten.

Met de Triton en de Iris bevat de transcripties van twee journalen die tijdens de reis van 1828 zijn bijgehouden. Het eerste is van Justin Modera, luitenant-ter-zee op de Triton, die bij vertrek uit Nederland tweeëntwintig jaar was. Het tweede is van de enkele maanden jongere bestuursambtenaar Arnoldus Johannes van Delden, die als gouvernementscommissaris was belast met de formele inbezitneming van Nieuw-Guinea.

Modera’s verhaal verscheen in 1830 in druk, maar is nu zeldzaam.
Van Deldens handgeschreven journaal wordt bewaard in het Nationaal Archief in ’s-Gravenhage en verschijnt hier voor het eerst in druk. De brontekst van deze journalen worden zoals steeds voorafgegaan door hoofdstukken waarin de reis van 1828 in haar historische context wordt geplaatst. Ze beschrijven de belangrijkste zeereizen naar Nieuw-Guinea en de Nederlandse koloniale politiek ten aanzien van dat eiland van vóór 1828. Verder komen de zevenjarige geschiedenis van Fort Du Bus aan bod, de binnen- en buitenlandse reacties naar aanleiding van de inbezitneming, de hydrografische werkzaamheden en de verrichtingen van de ‘Natuurkundige commissie’.
Het belang van de journalen van Modera en Van Delden is dat de kusten van Nieuw Guinea bijna een onbekend land waren en de tocht daarheen een ware ontdekkingsreis was.

Met de Triton en Iris naar Nieuw-Guinea. De reisverhalen van Justin Modera en Johannes Arnoldus van Delden uit 1828 wordt bezorgd door dr. Willem F.J. Mörzer Bruyns, voormalig senior conservator zeevaartkunde bij Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Hij is een groot kenner van de historische navigatie waarover hij ruimschoots publiceerde. Voor de Linschoten-Vereeniging is hij beslist geen onbekende, want in 1985 publiceerde hij in de reeks Werken van de Linschoten-Vereeniging de delen 84 en 85, De eerste tocht van de Willem Barents naar de Noordelijke IJszee, 1878. Na zijn pensionering in 2005 was Willem Mörzer Bruyns Sackler Research Fellow in het History of Astronomy and Navigational Science bij het National Maritime Museum in Greenwich, Londen.

 

Mörzer BruynsW.F.J. (ed.), Met de Triton en Iris naar Nieuw-Guinea - De reisverhalen van Justin Modera en Arnoldus Johannes van Delden uit 1828. Zutphen, Walburgpers, 384 p.